Muur om je hart

Soms kom je ergens een uitspraak tegen die je raakt,
een citaat van iemand, dat je een paar dagen  bezig houdt.
Zoals deze, van Jim Rohn (googel als je meer wilt weten.)

De muur die je om je heen bouwt om je te beschermen
tegen verdriet
verhindert ook dat vreugde je bereikt.

Hoe goed ben jij met muren?

In je afschermen tegen je gevoel van hopeloosheid en tekort schieten,
in het wegduwen van je angst dat je misschien toch homo bent?

Voor je familie die allang aanvoelt dat er ‘iets’ met je is,
voor je vrienden die vooral niet mogen weten dat je twijfelt aan jezelf?

In je hersenen die ieder gevoel wegredeneren,
die iedere gedachte aan ‘zou ik…’ direct de kop in drukken?

Die iedere droom over iets seksueels met jongens blokkeren,
die ieder verlangen daarnaar meteen de kop indrukken?

Muren

waarvan je diep van binnen weet
dat ze geen stand zullen houden omdat het leugens zijn,
niet bestand  tegen de constante druk van ontkenning.

Waarom trek je ze op, welke functie hebben ze?
Omdat je dan net zo bent als de andere jongens,
als de meerderheid?
Dat je dan niet bang hoeft  te zijn dat je eruit ligt,
dat dan je geheim veilig is bij jezelf?

Gemiste vreugde

Maar dan kan de vreugde je ook niet bereiken!
De vreugde van
eindelijk zijn wie je bent,
van ouders die je begrijpen en waarderen om wie je bent,
van echte vrienden die hetzelfde doen.

De vreugde van
geen verstoppertje meer hoeven spelen met jezelf,
de ruimte die je krijgt nu je de waarheid accepteert,
een lichaam dat passend reageert op wie je bent.

Muren…
je hebt ze zelf opgebouwd,
je kunt ze ook zelf weer afbreken.

Vraag hulp als je dat niet alleen kunt (of durft…)