Verdrietkist

Ik ben een boek aan het lezen over een jongen die opgroeit in de achterbuurten van Londen rond 1890.
Hij is homo, straatarm, honger, thuissituatie beroerd.
Je kunt je er wel iets bij voorstellen wat hij allemaal mee maakt.
Hij heeft een ‘verdrietkist’ in zijn hart.
Alle rotdingen, pijnlijke situaties, scheldwoorden, afwijzing, teleurstelling, mislukkingen, stopt hij daar in.
Die kist is van ijzer, zwaar deksel, alleen hij heeft de sleutel.
Niemand anders die er bij kan.
Zo voelt hij niet de pijn en het verdriet die zijn leven onmogelijk zwaar zouden maken.
Dat is zijn manier om te kunnen overleven in die omgeving.
Het zal je niet verbazen dat hij een keer vast loopt.
Zijn last wordt te zwaar…

Herkenbaar?

Voor mij wel.
Ik weet dat hij is niet de enige is.
Toen niet en nu ook niet.
Bij veel mensen is in de loop der jaren zo’n kist in hun hart ‘gegroeid.’
Niet alleen bij homo-jongens…
Zo’n kist rooft een heleboel levensvreugde.
Blijdschap is immers ook een gevoel.
Als je je gevoel weg stopt, mis je een heleboel
Dan durf je niet meer te laten zien dat je bang bent, of boos, of verdrietig, of verliefd, of blij en gelukkig.
Dan wordt alles vlak en koud, niets raakt je meer.
Voor rotdingen lijkt dat goed.
Maar dan kun je ook niet meer echt genieten van alles wat mooi en goed is.
Dan gaat er iets dood van binnen.

Weg met die kist

Als je zo’n kist hebt: zet de deksel open en gooi je gevoel eruit.
Praat en huil over wat rot en verdrietig is.
Lach en wees blij met wat goed is.
Zorg dat je niet zo’n kist in je hart krijgt,
geen pijnlijke geheimen die niemand weten mag.
Gevoel moet je delen.
‘Gedeelde smart is halve smart,
gedeelde vreugd is dubbele vreugd.’