2. Verliefd op een jongen

Verliefd

In al die fases kun je verliefd worden.
Als je hetero bent, zal dat op een meisje zijn
en als je homo bent op een jongen.
Maar als je sociaal nog niet uitgegroeid bent,
of als je biseksueel bent,
kun je verliefd worden op allebei.
Meestal ná elkaar, maar soms ook tegelijk.
Dat is heel verwarrend,
want dan weet je niet wat je moet met die gevoelens.
En dat maakt je super onzeker.
Soms ook verwar je goede vriendschap met liefde
en heb je meer tijd nodig om het verschil te leren.

Wat moet je dan?

Het meest wijze is ‘gewoon’ erkennen dat je je zo voelt,
maar er in de praktijk niets mee doen.
Verliefdheid is een gevoel.
En net zoals alle gevoelens verdwijnt het meestal snel.
Voel je je na een paar weken nog steeds zo aangetrokken tot hem of haar, wordt het steeds duidelijker wie en wat je bent.
Sociale groei heeft tijd nodig.
De een snakt op z’n twaalfde naar verkering,
bij een ander ontstaat dat gevoel pas veel later.
Beide is normaal en goed.
Je bent niet automatisch homo als je op je twintigste nog nooit verkering hebt gehad of gewild.
Maar je zal ook de eerste niet zijn die pas ver na zijn twintigste voor zichzelf toe geeft dat hij homo is en blijft steken in fase 1.

Tijd nemen

Geef jezelf de tijd om duidelijk te krijgen hoe het bij jóú zit.
Hoor je tot de meerderheid die rond zijn zestiende wel weet of hij homo of hetero is: accepteer dat en leef daar naar.
Weet je dat niet: ga dan niet krampachtig op zoek naar duidelijkheid maar accepteer dat er in je leven kennelijk nog van alles mogelijk is.
Na verloop van tijd zal het wel duidelijk worden.

Geniet van je gevoel van verliefdheid,
maar doe geen domme dingen waar je later spijt van krijgt.

 

 

1. Model

Lange weg

Vanaf je eerste aarzeling over mogelijk homo zijn tot daadwerkelijk als homo leven is een lange weg in fases.
Dat geldt net zo voor heterojongens.
Maar die hebben het (meestal) gemakkelijker omdat de meerderheid van hun leeftijdgenoten die lange weg gaat.
Die kunnen bij elkaar afkijken en van elkaar leren.
Als homo mis je dat meestal
en moet je zélf uitzoeken hoe je kan en mag en wil leven.

Ter verduidelijk hierbij je

homo-levensweg in fases:

Fase 1 : aarzeling.
Zou het echt, ben ik homo?
Ontkenning, wegduwen, niet over praten,
overheen schreeuwen,
bewust verkering nemen met een meisje
om het tegendeel te bewijzen.

Fase 2: erkenning.
Je kunt er niet meer om heen, je moet wel.
Je leest er veel over, het wordt je steeds duidelijker.
Je hebt geen keus.
Je lichaam reageert op jongens en niet op meisjes.

Fase 3: uit de kast.
Nu je er zelf uit bent mogen anderen dat ook weten.
Je hebt geen zin meer verstoppertje te moeten spelen.
Je accepteert jezelf en hoopt dat anderen dat ook doen.
Blij ontdek je dat de meeste mensen je niet afwijzen
maar achter je staan.

Twee wegen

En dan komt je levensweg op een T-splitsing
en moet je kiezen: A of B.
Je hebt je leven redelijk op orde,
jijzelf en je omgeving accepteren dat je homo bent.
Dus is het logisch dat je je afvraagt:  hoe nu verder?
Blijf ik alleen of zoek ik een levenspartner…

Weg A is die van verliefd worden.
Die eindigt met een vaste vriend
met wie je de rest van je leven verder wil,
net zo als een heteroman in een heterohuwelijk,
maar dan als twee homo’s.
Maatschappelijk gezien kan dat in Nederland,
die vrijheid heb je.

Weg B is die van de solist, de vrijgezel,
de man die zo nu en dan een relatie heeft,
maar zich niet kan of wil binden,
die op zichzelf leeft,
voor zichzelf zorgt
en daar tevreden en gelukkig mee is.

Mix

Dit is theorie, in de praktijk lopen die fases en wegen door elkaar.
Soms is het een mix van alle vijf.
Je doet je uiterste best om voor de buitenwacht niet te laten merken dat je je je homo voelt, maar voor jezelf heb je al wel door dat je er niet meer onderuit kunt.
Zeker niet omdat je in stilte eigenlijk verliefd bent op die leuke jongen uit de parallelklas die altijd naar je lacht.
Je bent nog lang niet toe aan een vaste relatie, maar je betrapt jezelf erop dat je soms droomt en fantaseert over hoe leuk jullie het samen hebben.

Toch helpt zo’n model om voor jezelf met je verstand vast te stellen waar je ongeveer zit op die weg…

 

 

Maarten Luther 500 jaar Reformatie

Waarom Maarten Luther hier?

Om het meteen maar even duidelijk te stellen:
op internet vind je geen enkele opmerking over homoseksualiteit van deze monnik en kerkhervormer.
Wel dat hij in z’n eentje vijfhonderd jaar geleden zonder krant, tv
en social media de hele wereld van zijn tijd op z’n kop zette.
Geen idee of hij die ooit gemaakt heeft.
Waarom dan toch een stukje over hem op deze site?

Zelf nadenken

Hij was in zijn tijd de eerste die niet automatisch de mening van de meerderheid overnam.
Hij had het lef zélf na te denken en hardop te zeggen wat hij dacht.
Dat werd hem niet in dank afgenomen,
maar hij hield vast aan wat hij zag als de waarheid.
Hij heeft bijvoorbeeld de bijbel in het Duits vertaald
zodat ook gewone mensen die konden lezen
en zélf tot een mening konden komen over wat ze daar lazen.

In kerkelijke kringen is een heleboel gaande over ‘ons’
en wat ze van ons denken is aan het verschuiven.
Voor de ene groep (een minderheid) zijn we slecht en zondig
als we toegeven dat we homo zijn en verlangen naar een lieve vriend.
Voor de andere (de meerderheid) zijn we mens als iedereen
en is het dus logisch dat we daar naar verlangen.
In de ene kerk mogen we wel homo zíjn, maar daar niet naar léven,
in de andere vinden ze dat hypocriet en onzin.
En allebei baseren ze hun mening op de bijbel.

Wat moet je dan als christelijk opgevoede homotiener?
Welke keus heb je? Alleen die tussen slikken of stikken?
Maarten Luther deed het anders en zocht zijn éígen weg!
Wow! Daar is lef voor nodig.
Om een voorbeeld aan te nemen…
Durf méér te lezen dan in je eigen kring gebruikelijk is
(niet zo moeilijk via internet).
En verdiep je ook eens in wat ándere kerken zien als de bijbelse waarheid over homoseksualiteit.
Niet om je af te zetten tegen je ouders en je kerk,
maar voor je eigen bestwil.

Zoek je eigen weg

Je bent niet gek of slecht en zondig als je je afvraagt of je homo bent,
ook niet als je op een gegeven moment erkent dat je zo bent.
In beide gevallen heb je een luisterend oor nodig van iemand die je begrijpt en met je mee voelt.
Liefst van thuis, van je vrienden, je omgeving.
En als je die niet hebt…?
Jammer, dan zul je je eigen weg moeten gaan, net als Maarten Luther.
(Of jaren blijven slikken en stikken en langzaam kapot gaan…)

Maar ik wíl geen homo zijn!

Ik wil geen homo zijn!

Zou je het erg vinden als je homo zou zijn?
Ik wel vroeger, en dus wilde ik die vraag niet stellen aan mezelf.
Niet over nadenken.
Ik wíl geen homo zijn en dus bén ik geen homo!

Herkenbaar? Dan weet je ook dat het niet werkt.
Je hebt immers geen keus.
Je bent homo of je bent het niet.
Zo ben je geboren.
Als je geen homo bent, zul je het ook niet worden.
Als je wél homo bent, kun je proberen dat te ontkennen,
kun je je gaan gedragen alsóf je hetero bent,
maar vroeg of laat kom je er achter
dat je bezig bent jezelf kapot te maken.

Ik vond het vreselijk toe te moeten geven dat ik homo ben.
Het heeft lang geduurd voordat ik dat accepteerde van mezelf.
Ik had het idee dat ik iemand móést zijn, die ik niet wílde zijn.

Ik ben homo

Ja, als je zo tegen jezelf aankijkt is homo-zijn erg.
Dan maak je het voor jezelf heel moeilijk.
Ik had een psycholoog nodig om me duidelijk te maken waar mijn depressiviteit vandaan kwam.
Nu denk ik: was ik maar eerder eerlijk geweest tegen mezelf…
Ik weet het: beter laat dan nooit, maar toch…

Herinneringen op het strand

Tienerherinneringen

Door een vervelend misverstand heb ik van de week in m’n uppie een eind over het strand gewandeld. Ik zou met vrienden gaan, maar had een verkeerd verzameladres toegestuurd gekregen.
Omdat er nu toch was, ben ik maar alleen gaan lopen.

Dat was nogal heftig, want ik besefte plotseling dat ik hier vijftig jaar geleden ook liep, ook alleen.
Toen zat ik zwaar met mezelf in de knoop.
Ik had door dat ik anders was dan mijn leeftijdgenoten.
Ik zag en droomde van leuke jongens waar anderen mooie meisjes in beeld hadden en schaamde me dood.
Dat mocht niemand weten, dat kon niet, dat mocht niet, dat was vies, schandalig, slecht.
En dus hield ik mijn mond…

Ze waren er toen ook

Van de week op dat strand realiseerde ik me (weer) dat ik het voor mezelf nodeloos moeilijk gemaakt heb destijds.
Had werkelijk iedereen zó over me gedacht als ik zelf deed?
Vast niet.
Toen was ook al zes procent van de mensen homo, net zo als ik.
Als ik nu terugdenk aan mijn middelbareschoolklas kan ik er zo een aanwijzen en van nog een vermoed ik het.
In mijn familie zijn ook homo’s (maar dat wist ik toen niet), net zoals bij mij in de straat, de sportclub en de vrienden waar ik zo nu en dan mee uit ging.
Niet alleen statistisch die één op de zestien, maar reëel, in de werkelijkheid om me heen.
Ik heb ze gezien maar net als zij gezwegen, net als zij mijn verdrietige last alleen gedragen.
Dat deed iedereen toen.

De vrienden met wie ik over het strand had zullen lopen, weten het inmiddels van mij.
Ik heb het ze een paar jaar geleden verteld en ze waren niet verbaasd.
‘Eigenlijk wisten we het al, maar ja, je was getrouwd, je had kinderen.
Dus wij dachten: zeker toch verkeerd gezien…’

Ouders

Hadden mijn ouders me geaccepteerd als ik ze met dertien-veertien verteld had van mijn twijfel over mezelf, mijn schaamte over die rare dromen?
Ik heb het niet gedurfd. En dus weet ik het niet.
Toen ik uiteindelijk uit de kast kwam waren ze al overleden.
Maar had het gekund?
Mijn zus zegt van wel, mijn vader zeker, van mijn moeder weet ze het niet.
Zij zou er geen moeite mee gehad hebben.
Ik hád dus steun kunnen hebben…

De tijden zijn veranderd.
Er wordt veel opener gesproken over homoseksualiteit.
Het is veel meer geaccepteerd dat niet iedereen valt op het andere geslacht.
De tijd dat dat als vies, slecht en raar streng veroordeeld werd is voorbij.
Dat je er niet blij mee bent als je je afvraagt of eigenlijk bijna zeker weet dat jij ook zó bent, is logisch.
Maar die last alleen dragen hoeft echt niet meer.

In een strandtent aan de boulevard heb ik warme chocola gedronken.
Of iemand van de andere gasten door had dat daar een homo van zijn appeltaart zat te smullen weet ik niet.
Het is niet belangrijk, ik had er ook met een goede vriend kunnen zitten…

Dag roze koeken…

Rozekoekendag

Nooit eerder van gehoord, maar het is een leuk woord.
Even googelend blijkt het een initiatief van een homojongerenorganisatie in Nijmegen samen met het ROC daar.
Dan staan ze op de markt met een informatiekraam en delen roze koeken uit aan jong en oud.
Iedereen mag draaien aan het rad van avontuur en krijgt een nadenk-prijsje.
Zo laten ze zien dat ze leuke, gezellige studenten zijn die ‘gewoon’ net als iedereen bezig zijn iets moois te maken van hun leven en gelukkig zijn.
Daar schamen ze zich niet (meer) voor.
Ze hebben hun ánders-zijn-dan-de-meerderheid geaccepteerd en iedereen mag dat weten.

Net als jij hebben ze het daar in het begin moeilijk mee gehad.
Dat is logisch. Geen enkele jongere roept hoera als hij merkt dat zijn verlangens meer de homokant uit gaan.
Maar zij hebben geleerd en ervaren dat ze daarom niets minder zijn, dat ze net zo goed gelukkig kunnen en mogen zijn.
En daar praten ze ‘gewoon’ over.

Verreweg de meeste medestudenten en voorbijgangers reageren positief.
Je geaardheid veroordelen zit meestal tussen je eigen oren.
Ik heb het heel lang van mezelf gek-raar-slecht gevonden dat ik homo ben en dus dacht ik dat iedereen dat zou vinden en hield ik mijn mond.
Nu weet ik: die leugen moet je niet geloven.
Dat hoeft niet.
Dan maak je het leven nodeloos moeilijk.

Accepteer dat

Als je 12,13,14, 15 bent zit je nog in dat ontwikkelingsproces van ‘wie ben ik?’
Je identiteit staat nog niet vast, je sociale kant is nog niet uitgegroeid
(zie vorige blogs).
Dat één op de acht zich dus afvraagt of hij/zij misschien wel homo is, is dus ook niet vreemd.
Accepteer dat van jezelf en praat er over.
Ga lekker een roze koek halen! Niet bang zijn.
Praat over wat je bezig houdt.
Je bent niet de enige.

Faken hoeft niet

Doen alsof

Faken, net doen alsof, eigenlijk de boel een beetje voor de gek houden, doen alsof je hetero bent.
Iedereen laten denken dat je ‘gewoon’ net zo bent als alle andere jongens.
Want je schaamt je voor je dromen en verlangens.
Die mag niemand weten.
Je bent als de dood dat ze je uitlachen als dat bekend zou zijn en dat je eruit ligt in de klas.
Of nog erger: dat je daar mee gepest wordt.

Applaus

Maar van de week vertelde een oma dat haar kleindochter van dertien in haar brugklas spontaan verteld heeft dat ze meisjes veel leuker vindt dan jongens en zich daarom afvraagt of ze lesbisch is.
Ze kreeg spontaan applaus!
Zo kan het blijkbaar.
Haar mentor heeft toen uitgelegd dat ze nog in ontwikkeling is en dus ook haar sociale kant nog niet uitgegroeid is (zie vorige blogs).
Maar dat ze hardop durft te zeggen hoe ze zich nú voelt, verdient inderdaad applaus.
En dat geldt ook voor de klas als geheel waar je blijkbaar veilig genoeg bent om dat hardop te zeggen.
Daarna durfden meer leerlingen toe te geven dat ze wel eens zo dachten over zichzelf, zowel jongens als meisjes.

WOW! Als je zó kan en mag denken over jezelf zonder dat dat door leeftijdgenoten en je omgeving gek-raar-slecht gevonden wordt…
Dan heb je de ruimte om zonder zorgen uit te groeien tot wie je bent: homo of hetero.
Dat maakt niet uit dan.
Dan hoef je faken door verkering te ‘nemen’ om te ‘bewijzen’ dat je ‘normaal’ bent.

Praat er over

Zó open en eerlijk zijn op school zal niet overal kunnen.
Maar in ieders omgeving zijn mensen, leeftijdgenoten en volwassenen, bij wie je wél terecht kunt met je verhaal.
En door te praten over wat je bezig houdt, leer je jezelf en anderen de tijd geven voor ieders sociale groei.
Het wordt vanzelf wel duidelijk wie of wat je bent.
Homo of hetero, het is allebei goed!

Mijn ouders denken dat ik…

Mijn kind homo?

Volgens dat onderzoek vraagt dus 12% van jouw leeftijdgenoten zich wel eens af of hij homo is. Je bent dus niet de enige.
Maar als jíj dat vermoedt moet je niet verbaasd zijn dat je ouders dat ook zullen doen.

Even invullen wat ze dan denken:
Mijn kind homo? Natuurlijk niet!
Het is immers maar één op de acht die zich wel eens afvraagt of dat zo is.
Die van mij heus niet. Waarom zou hij?
’t Is toch een leuk joch, best knap om te zien ook.
Dat zal de meiden in zijn omgeving toch ook wel opvallen?
Goed, hij is wat zachter, gevoeliger dan anderen, wat minder stoer, minder macho, wat meer op zichzelf.
Maar daarom ben je toch geen homo?

Volwassenen zitten met hetzelfde

Kinderen vanaf een jaar of twaalf-dertien-veertien merken, voelen dat ze ‘anders’ zijn dan leeftijdgenoten.
Maar ouders, leerkrachten, familie, jeugdleiding enz. zien dat ook.
Docenten op middelbare scholen kunnen doorgaans de leerlingen waarvan ze vermoeden dat ze homo zijn direct aanwijzen.
In iedere klas zitten ze immers (statistisch bezien).

Jongeren die dat ‘anders’ van zichzelf door hebben, zitten letterlijk niet lekker in hun vel maar hebben vaak nog geen woorden om dat te omschrijven.
Volwassenen zitten met precies hetzelfde.
Ze voelen aan dat er ‘iets’ is, maar weten niet wat en dus zwijgen ze, jarenlang.

Als tiener heb ik het zo gevoeld en mijn mond gehouden.
En als volwassene heb ik het gezien bij jongeren en hetzelfde gedaan… Jammer!

zelfmoord

Ik zit met dat ‘vijf keer zoveel homojongeren die een einde maken aan hun leven.’
Ik heb diezelfde neiging gehad…
Uren langs het strand gelopen tussen Hoek van Holland en Den Haag , eindeloze gesprekken voerend met de ‘Lord Wanhoop’ in mijn hoofd.
Ik had de zee in willen lopen, maar had daar het lef niet voor.
Heeft niemand dat door gehad?
Kon ik zó goed toneelspelen?
Had ik zó’n groot met-mij-gaat-alles-goed-masker voor dat niemand dat heeft gezien?
Dat kan ik me niet voorstellen!
Ik denk dat mijn omgeving net als ikzelf de moed niet had om achter dat masker te kijken, om door mijn ‘hoegaathet – ogoedhoor – ballon’ heen te prikken en mijn wanhopigmakende gedachten bespreekbaar te maken.
Ik ben bang dat dat nog steeds zo is.

Maar… had ik eerlijk durven zijn over wat me bezig hield als iemand op een liefdevolle manier geprobeerd had mijn luchtballon langzaam leeg te laten lopen?
En jij?

Anti-homo-pamflet

Anti-homo

Ben je er van geschrokken gisteren? Gezien op het journaal?
In Amsterdam is in een wijk een pamflet in de brievenbus gegooid met daarop allerlei lelijks over homo’s, anti-homo dus.
Het is triest dat er mensen zijn die dit doen en die dat geloven.
Alsof jij en ik er iets aan kunnen doen dat we zo geboren zijn.

Tempelprostitutie

In veel grote godsdiensten zitten ze met een verleden dat homoseksualiteit afkeurt en homo’s afwijst.
Maar als je in die voor hen heilige boeken duikt, blijkt dat wat daar staat bij voorbeeld gaat over tempelprostitutie.
Als je de zegen van die god wil, hoort daar seks bij met een van de hoeren daar.
Voor een godin doe je dat met een vrouw, voor een mannelijke god met een man.
Al die boeken zeggen: niet doen.

Oversekst

Of het gaat over oversekste heteromannen en vrouwen die weer eens ‘iets anders’ willen en daarom met elkaar seks hebben.
Niet zo gek als ook daarover staat: niet doen.
Dat is God, Allah, of hoe je Hem ook noemen wilt een gruwel.
Daar word je niet gelukkig van.

Maar dat gaat niet over jou en mij. Zo zijn wij niet.
Wat daar staat kun je niet klakkeloos toepassen op ons, op alle homo’s, die 1 miljoen Nederlanders die zo zijn (6% van ruim 16 miljoen…)

Gelukkig is er ook veel verontwaardiging over dat pamflet.
Mensen schrijven boos op twitter, facebook en andere social media dat ze dit onzin vinden.
Politie en rechters en politiek bemoeien zich er mee.

Hoe wordt er op school, bij jullie thuis of in je vriendenkring over gepraat?
Het is maar een kleine minderheid is die net zo denkt als die pamfletschrijvers.
De meeste mensen staan achter ons!

Niet slecht

Je bent niet slecht of zondig of verachtelijk of minderwaardig omdat je toevallig geboren bent als homojongen en dús jongens aardiger vindt dan meisjes (of als lesbisch meisje en valt op een ander meisje.)
Wie dat denkt te lezen in zijn ‘heilige boeken’ moet maar eens goed kijken in welk verband die stukjes staan.
Dat leer je bij tekstverklaring Nederlands op school ook.
Laat je niet bang maken! Erover praten lucht op.

Mag ik dan bij jou…

Geborgenheid

Gisteren hoorde ik dit nummer op de radio en zag ik mezelf weer zitten achterin de zaal bij die roze viering.
Een jongen zong dat ‘Mag ik dan bij jou’ en de rillingen liepen over mijn rug.
Ik weet niet hoe Claudia (die componist) dat bedoeld heeft, maar voor mij paste het hier helemaal: een homojongen die verlangt naar geborgenheid.

Als ik bang ben,
als ik alleen ben,
als er een clubje is waar ik niet bij wil horen,
als er een regel komt waar ik niet aan kan voldoen,
als ik iets moet zijn wat ik nooit geweest ben…
mag ik dan bij jou?
De herkenbaarheid van dat verlangen raakte me.
Ik heb hetzelfde en volgens mij heeft dat niets met leeftijd te maken.

Mag ik dan bij jou…?
Wie is die ‘jou’ in deze situatie? God?
Ik neem aan van wel.
Aan Hem kun je vragen:
‘Mag ik dan bij jou schuilen, als het nergens anders kan?’
En ik denk dat Hij dan ‘Ja’ zegt…

Wie is die ‘jou?’
De kerk? Deze wel.
Best mooi als je daar kunt vragen:
‘En als ik moet huilen, droog jij mijn tranen dan…’
Mijn ijzige vooroordelen over kerken zijn aan het wegsmelten.

Wie is die ‘jou?’
Voor mij ook: goede vrienden,
mensen die weten dat ik homo ben en dat moeilijk vind.
Mensen waar kan ik terecht als ik met mezelf in de knoop zit,
die ik kan appen, mailen, bellen
of zomaar even binnen kan lopen voor een kop koffie.
Ik moet niet in mijn hoofd blijven malen met wat me dwars zit.

En misschien bedoelt die jongen ook wel die ene, die heel speciale vriend, zíjn vriend.
Want ‘als de liefde komt… mag ik dan bij jou?’
Dat gun ik hem, dat gun ik mezelf, dat gun ik jou…

Meer over kerk en homo-zijn in de rubriek ‘geloven’