Mislukte looser!

Je hebt het weer fout gedaan en je spijt kwam achteraf.
Nu zit je met de brokken…
Anderen hebben iets gedaan met je wat niet had gemogen,
iets gezegd tegen je wat niet waar is,
iets gezegd over je wat geheim had moeten blijven.
Je hebt je niet verdedigd, niet van je afgebeten toen het nog kon.
Te slap, te verdrietig, niet de moeite waard.
Mislukte looser…

Aanklagers

Ken je ze, die aanklagers in je kop,
die duveltjes die op je schouder zitten
en in je oren tetteren dat het toch niks wordt met je?
Hebben ze gelijk?
Nee!
Nu niet en nooit niet!

Misschien heb je echt iets fout gedaan.
Nou en? Iedereen maakt fouten in zijn leven.
Daar kun je van leren.
Misschien kwam je spijt inderdaad achteraf.
Nou en? Hij kwám tenminste.
En je bent eerlijk genoeg om dat toe te geven.
Misschien ben je echt op een rot manier behandeld.
Ja, dat gebeurt en dat ís ook heel erg.
En het was beter geweest als je wél…
Maar laat je daardoor de rest van je leven verknallen?
Geloof je daarom dat je een mislukte looser bent voor de rest van je leven?

Niet doen

Zo voelt het nu, ja, logisch en terecht.
Maar het kan anders, beter.
Je kunt leren op een positievere manier te denken,
met een nieuwe blik naar jezelf en anderen te kijken.
Je hoeft niet weer dezelfde fouten te maken.
Je kunt hulp zoeken, mensen in vertrouwen nemen.
Waar je ook mee zit: je bent niet de enige.

Citaat van internet:
‘Waarmee je ook worstelt, welke vragen je ook hebt,
met welke moeilijkheden je ook wordt geconfronteerd,
iemand anders heeft dat ook al eens meegemaakt.’
Veel, misschien wel (bijna) alle jonge homo’s hebben net zo gedacht.
Maar verreweg de meeste volwassen homo’s zijn geen mislukte loosers en voelen zich ook niet zo.

Waarom zou jij dat wél zijn?
Gooi die duveltjes, die leugenaars van je schouders!
En vraag hulp als je dat niet zelf kunt.
Dit rotgevoel is tijdelijk!

 

 

 

Je bent niet de enige gek!

De enige

Ik heb lang gedacht dat ik de enige ‘gek’ was die zo raar dacht
en fantaseerde en droomde over jongens.
Van klasgenoten hoorde ik dat die dat deden over meisjes.
In mijn tijd bekeken we seksboekjes in de pauze.
Jullie wisselen sites uit.
Ik had niks met die blote meiden, meer met de leuke jongens…
Maar ik was de enige, dacht ik…
Dat kon ik dus nooit laten merken.
Ik deed altijd een beetje lacherig en stoer mee,
maar van binnen voelde ik me doodongelukkig.
Ik was de enige idioot…

Er zijn er veel meer!

Nu weet ik dat er ook toen veel meer jongens geweest zijn als ik.
Googelend op het aantal homo’s kom je uit op zes procent:
zeven procent mannen en vijf procent vrouwen.
Dat was vroeger ook al zo, maar niemand wist dat van elkaar.

Van elke vijftien jongens die je kent er één homo.
In je voetbalelftal ben je misschien de enige, op je voetbalclub niet.
Misschien denk je in je klas de enige te zijn, op je school zeker niet.
Bij jou in de straat weet je het van niemand,
maar in je dorp, in je stad zijn er veel meer.

Troost

Als niemand mag weten dat je homo bent,
kan ook niemand je helpen en troosten.
Dan is er niemand bij wie je terecht kunt met je vragen en je twijfel.
Op internet kun je van alles opzoeken
en op forums anoniem al je vragen stellen,
maar een digitale arm om je schouder biedt weinig troost…
Ik had eerder open kaart moeten spelen.
Er waren best mensen die ik vertrouwde:
een leraar op school,
een tante,
mijn oudere zus…
Ik heb het niet gedaan, ik durfde niet.
Ik hoop dat jij meer lef hebt…